Column Renske Dragt

Voor het vliegtuigplatform ‘Up in the Sky’, de website waar actueel luchtvaartnieuws op te vinden is, zijn meerdere columns geschreven. Renske maakt in haar column de verbinding tussen het werken in de luchtvaart en het menselijke aspect.

De stewardess gaat de politiek in

Wanneer u aan een vliegtuig denkt, is het voor u misschien niet meer dan een vervoersmiddel. Een manier van transport tussen Nederland en uw zakenrelatie in het buitenland of een mooie vakantie die u tegemoet reist. Maar wanneer we uitzoomen naar de praktische kant van de noodzaak van uw vliegreis, dan neem ik u graag mee aan boord van een wereldje dat -naast bestemmingen- ook mensen met elkaar verbindt. 

Er gebeurt daar namelijk, zo hoog in de lucht, zoveel meer dan alleen maar vliegen. Op een bepaalde manier zou je kunnen denken dat vliegend personeel ook mensen vertegenwoordigt die werkzaam zijn in heel andere branches: het horecapersoneel, verpleegkundigen, de psychotherapeuten, de opvoeders, de verkopers, het politiekorps, de theatermakers en bijvoorbeeld de brandweer. En wat er momenteel in de luchtvaart gebeurt, een goed beeld geeft van wat er zich afspeelt in andere branches op de grond. 

Vliegen is voor duizenden mensen een baan, een toekomst, een manier om inkomsten te genereren. En die zekerheid staat nu al maanden op het spel. Net zoals voor mensen, die op de grond werkzaam zijn, dezelfde zekerheid ook al maanden op het spel staat.

Vandaag sta ik bij de ‘driejaarlijkse’. De driejaarlijkse staat voor een training die elke drie jaar plaats vindt en die met name de focus heeft op agressietraining en noodsituaties waarbij een evacuatie niet te vermijden is. Op zo’n training zijn zowel cockpitbemanning als cabineleden aanwezig. 

Met een kopje koffie in de hand laat ik mijn ogen door de zaal glijden, in de hoop dat ik een bekende zie met wie ik even kan kletsen. Maar ‘no such luck today’. Ik zal er vandaag zelf een feestje van moeten maken of -beter gezegd- netwerkend aan de slag moeten gaan. Agressietrainingen en evacuaties staan namelijk niet op mijn favorietenlijstje, dus ik zoek graag de veiligheid op van een collegiaal teamgevoel. Deze dag ‘vliegen’ we samen aan, zoals we dat ook in de lucht zouden doen.

De deur van het trainingslokaal gaat open en een clubje van veertien cabineleden en twee cockpitmannen nemen plaats achter tafels die in een U-vormige opstelling staan. Na een korte voorstelronde waarin iedereen z’n naam noemt en het aantal vliegjaren aangeeft, stelt de trainer ons voor aan de acteur van vandaag. Aan hem de eer om ons naar alle waarschijnlijkheid de stuipen op het lijf te jagen, ons te laten struikelen op onze communicatieve vaardigheden en ons een spiegel voor te houden hoe het anders, hoe het beter had gekund.  

De agressie-acteur is een knappe kerel, die mij ergens bekend voorkomt. Dat vermoeden wordt snel bevestigd wanneer mijn buurvrouw aan de tafel fluistert dat de acteur in het dagelijks leven bij ‘Goede Tijden’ een boterham verdient. Maar vandaag heeft hij de rol gekregen van ‘hufter’ of ‘terrorist’ of ‘zuipschuit’. We weten het nog niet, maar het maakt ons bij voorbaat al nerveus. 

De acteur lijkt een aardige vent. Hij vertelt dat we vandaag ‘open’ de training in gaan en dat we de situatie maar over ons heen moeten laten komen. In zijn woorden: “Blijf vooral rustig en wanneer het je echt te intens wordt, geef het dan aan met het woord ‘stop’, dan stop ik”. De deur valt met een klik achter hem dicht, als hij besluit in de gang op te laden voor wat er komen gaat. In ons lokaaltje stijgt de temperatuur meteen. De grond wordt ons stiekem nu al een klein beetje te heet onder de voeten, terwijl er nog niets is gebeurd. 

De trainer die de dag leidt, vraagt ons op te staan van onze stoelen en de tafels naar de muren te schuiven. Met een wijds gebaar van haar armen nodigt ze ons uit om op ruime afstand van elkaar te gaan staan. Dit is de plek waar ik de situatie mag gaan ervaren. En wanneer iedereen zijn of haar staanplaats gevonden heeft, wordt ‘onze’ acteur opnieuw in het lokaal genodigd. 

De aardige, knappe kerel van een paar minuten geleden is verdwenen. Er treedt een ander personage ons domein binnen. Zijn gezicht staat op onweer. Hij kijkt boos. Als een sluippoema glipt hij het lokaal door, draaiend om ons heen. Wij zijn zijn prooi. Hij mompelt boze woorden. Mijn collega’s en ik kijken allemaal stuurs voor ons uit en we laten hem zijn gang gaan. 

Ik zet mijn voeten wat verder uit elkaar en probeer stevig op de grond te staan. Rechtop. Schouders naar achteren. Ik probeer mijn gezicht een ‘badass tough look’ mee te geven, in de hoop dat de acteur meer van mijn non-verbale communicatie schrikt dan ik van zijn verbale communicatie. Het lijkt ergens te lukken, want hij draait om mij heen maar loopt boos mompelend snel weer door. 

Onze ‘hufter’ wordt bozer. Zijn gemompel verandert naar ongenuanceerde krachttermen. Hij begint te tieren en met flinke scheldwoorden knalt hij er van alles uit. Ook zijn gesluip verandert naar fysieke dreiging wanneer hij met zijn gezicht heel dicht bij het gezicht van mijn collega gaat staan. Hoewel ze van kleur verschiet, blijft ze voor zich uit kijken en doet niets. Ik ben alleen maar opgelucht dat ik niet in haar schoenen sta. Maar daarmee klimmen we nog een stapje hoger op de escalatieladder. Tierend en scheldend raast hij als een wervelwind tussen ons door. Hij schreeuwt nu luid door het lokaal en maakt intimiderende bewegingen.

‘Ho!!, Stop!!’

Ze is niet groot van stuk. Ze ziet er niet heel bijzonder uit. Ze is stewardess. Maar in de hoek van het lokaal staat een kleine brunette op om de poema te lijf te gaan.

‘Dit gaat te ver! Even…..Waar is dit nu goed voor?!’ 

Deze dame trekt aan de noodrem. En met deze twee simpele woorden stopt de tirade. Met één persoon die een grens trekt, stopt het verbale en non-verbale geweld. De acteur doet een stapje terug en begint te glimlachen. Alsof hij wil zeggen: ‘Goed zo! We hebben maar één held nodig’.

De groep ontspant en begint nerveus te lachen. ‘Sjonge! Wat wat dat een nare situatie, zeg! Wat goed van je dat je er iets van zegt!’ Het commentaar is niet van de lucht, maar het is duidelijk dat iedereen -al is het voor een momentje- de brunette tot minister-president kroont. ‘She rules!’. 

De training wordt samen met de acteur besproken. Want: wat was het nut van deze nare situatie? Wat is er nu eigenlijk gebeurd? 

Het doel van deze training blijkt meerledig. Aan de ene kant laat de training zien dat de situatie kan de-escaleren of zelfs stoppen, als je –in plaats van voor je uit te kijken- begint te communiceren. Tegelijk laat dit moment zien dat een persoon die actie onderneemt een grote impact kan hebben of een situatie kan veranderen voor het gehele team. Soms moet iemand het voortouw nemen, zodat de rest er profijt van kan hebben. En tenslotte: dat je als team altijd sterker staat, dan alleen. Soms zegt niemand iets, maar voelt iedereen wel aan hoe ongemakkelijk het is. Het behoeft maar één kleine brunette, één stewardess in dit geval, die ‘Ho!’ roept, die de situatie benoemt en een halt toeroept: één held om op te staan voor de belangen van ons allemaal. 

Momenteel loopt er een sluippoema door het lokaal van de luchtvaart. Het is een lastige. In eerste instantie lijkt hij door het steunpakket op een knappe, vriendelijke acteur die werkzaam is bij Goede Tijden. Maar al snel verandert hij naar een tierende, losgeslagen agressie-acteur die sneltest-stokjes in neuzen propt zonder dat er klachten zijn, met zijn gedrag passagiers naar de concurrent overhevelt en ‘slots’ dreigt weg te geven aan het buitenland. De situatie escaleert daardoor in rap tempo. 

Dus blijft er één vraag over: Waar is die brunette, die stewardess, die in het kabinet en binnen het OMT opstaat en de volgende twee woorden roept: ‘Ho! Stop!’ Een stewardess die aan de noodrem trekt en openlijk durft te vragen waarvoor dit in vredesnaam nog goed is.

Omwille van het personeel in de horeca. Omwille van de opvoeders. Omwille van de verpleging. Omwille van de theatermakers. Omwille van de politie. Omwille van de verkopers. Omwille van de psychotherapeuten. Omwille van de mensen die werken binnen de luchtvaart. Omwille van…..U.

 

 

 

 

 

Cupido schiet raak in de cockpit

Valentijnsdag. De dag waarop we de liefde mogen vieren. De dag van verbinding, van elkaar zien om wie we zijn (of juist zouden willen zijn), van aandacht én van aanraking. Iets wat momenteel bijna onmogelijk lijkt in de luchtvaart en in de wereld, maar wat toch nog steeds wel degelijk gebeurt. Misschien minder groots. Maar zeker niet minder waardevol.

Als ik ergens van overtuigd ben, dan is het dat mensen meer met elkaar delen dan dat ze van elkaar verschillen. Die overtuiging is niet vanzelf gekomen. De luchtvaart heeft mij die overtuiging als cadeau in mijn leven geschonken. Het mooiste Valentijns cadeau wat je je eigenlijk maar kan wensen, omdat het de wijze bepaalt waarop je de wereld kiest te zien.

In mijn werk als stewardess heb ik duizenden mensen ontmoet. Mensen die vanuit alle uithoeken van de wereld, vanuit allerlei achtergronden, rijk en arm, gezond en ziek, gelukkig én depressief op de stoel in mijn werkgebied terecht kwamen.

In mijn gedachten passeren ze de revue. Hoe ze eruitzien. De verschillende kleren die ze dragen, de verschillende tinten in huidskleur die ze hebben, de verschillen in maat en geslacht, maar vooral ook de verschillen in uitstraling. De één lacht en straalt me toe. De ander is kleurloos, heeft de tranen over de wangen biggelen, is bang, is eenzaam of simpelweg doodmoe. Maar al deze diversiteit valt weg door de kracht van één cruciaal iets waar mensen uniek in zijn: de kracht van de dialoog.

Opgesloten in een buis, op tien kilometer hoogte is er weinig ruimte om te vluchten voor deze praatgrage stewardess. Ik heb namelijk nooit de uitdaging gezien in het uitdelen van de kip en de pasta. Dat is, in mijn ogen, een noodzakelijk kwaad wat mij uiteindelijk naar mijn einddoel brengt: de bestemming! Maar wanneer ik dan tóch deze klus uit het takenpakket moet uitvoeren en het containerkarretje door het gangpad moet duwen (zonder al te veel knieën te beschadigen), kan ik dat net zo goed doen door er wat van te maken.

En daarmee ga ik ‘los’…..Los op de dialoog met ‘mijn’ passagiers! Want laat het duidelijk zijn, voor de duur van de vlucht zijn de mensen in mijn werkgebied van mij. Míjn verantwoordelijkheid. Míjn verantwoordelijkheid om te voeden, om te entertainen, om veiligheid te garanderen en om -in geval van nood- mijn eigen leven voor te geven. Het ‘simpele’ leven van een stewardess. Maar goed, terug naar het voeren van de dialoog…..

Er gebeurt iets magisch wanneer je een gesprek aangaat met iemand die je niet kent. Wanneer je goed luistert, kijkt en (aan)voelt, je aan de hand laat nemen bij het verhaal van de ander en je je verbeelding inzet, je in de schoenen durft te plaatsen van een ander, dan gaat de liefde (als ware het cupido) aan de slag. Passagiers (en collega’s) zijn wonderbaarlijk open en eerlijk, wanneer hun voeten niet meer ‘geaard’ zijn op vaste grond….In ene krijgen we in de lucht allemaal vleugels.

Vandaag is het Valentijnsdag. Het vliegtuig heeft de startbaan verlaten en trekt langzaam op naar grotere hoogten. Ik zit op mijn crew seat bij deur 15, in de staart van het vliegtuig en kijk uit over een zee van ‘bolletjes’ die boven de stoelen uitsteken. Iets wat in deze tijden ondoenlijk lijkt, is in een vliegtuig nog steeds ‘de norm’: allemaal vast in de riemen, stoelen rechtop, tafeltjes weg geklapt en de bagage opgeborgen in de bagagebakken boven het hoofd. En (op een uitzondering van een stewardess na die haar crew seat aft facing heeft staan) kijken we allemaal de kant uit waarheen de cockpit ons leidt. Een mooi moment wanneer je bedenkt dat iedereen, zonder discussie, letterlijk de neuzen dezelfde kans op heeft staan.

De verlichting van het lampje ‘stoelriemen vast’ gaat uit. Het is tijd om aan de slag te gaan. In de galley verruil ik het jasje van mijn uniform voor mijn schort en wissel snel mijn hoge hakken om voor lage schoenen. Vanwege Valentijnsdag delen we na de start in rode cellofaan gewikkelde chocolaatjes uit in de vorm van een hartje. Een teken van liefde en verbinding dat door alle passagiers met een glimlach aangenomen wordt en letterlijk ‘voer’ geeft tot gesprek.

Voordat we het gangpad ingaan met de werkelijke service, schuift het gordijn opzij. De co (tweede in rang binnen de cockpit) komt zich even voorstellen, omdat het er -vanwege de drukte- voor de vlucht niet van gekomen is. De tijd staat een moment stil en voor mijn ogen ontrolt zich een tafereel.

Mijn cabine-collega schudt de hand van de co. Het is alsof er zich een elektrische lading opbouwt in de keuken. Ogen houden elkaar langer vast dan nodig en onderzoeken elkaar. De handen blijven ‘plakken’. Ik hoor mijn collega stamelend zeggen: ‘Leuk…’ Dat is het woord wat over de lippen valt. Na nog een laatste peilende blik door de keuken geworpen te hebben, vertrekt de co terug naar de cockpit. Mijn maat en mij achterlatend.  Maar we moeten aan de slag! Onze focus moet vanaf nu bij de passagiers liggen. En, zoals we dat gewend zijn, maken we er een feestje van….!

Overgebleven chocoladehartjes liggen in de ‘tidbitdoos’ (snackdoos met kleine hapjes die dienen als versnapering voor tussen de verschillende services door) op het galleyblad. De passagiers die nog wat willen drinken of een extraatje willen eten, vragen we in ruil voor een hartje naar de reden van hun reis en vragen we specifiek naar ‘de liefde’. En, zo blijkt, de passagiers zijn meer dan bereid tot het geven van inzicht. Sommige geven advies over hoe je een huwelijk goed in stand kan houden, een andere passagier probeert te lachen om zijn eigen liefdesverdriet terwijl weer een andere passagier verhaalt over haar liefde in het zorgen voor haar ouders. En ja, ook dat is zeker een vorm van liefde.

Na de service afgerond en samen met mij een kopje koffie gedronken te hebben, slipt mijn collega de cockpit in. Even een momentje ‘buurten’ zoals dat zo mooi heet. Maar cupido lijkt raak geschoten te hebben, wanneer mijn maat met glunderende ogen weer terugkeert uit de cockpit.

Aangekomen op onze bestemming trekken de co en mijn ‘galleymaat’ hun eigen plan. Ze zijn er wel, maar ook weer niet. Doen mee met de groep, maar stiekem toch ook weer niet. Liefde op het eerste gezicht. Dat is de zin die hier van toepassing is! We zien het gebeuren en mogen allemaal toeschouwer zijn, terwijl we geen idee hebben van de bestemming van hun reis. Ik denk er in ieder geval het mijne van.

Een paar jaar later kom ik mijn galleymaat weer tegen op een ándere reis.  Hij vertelt mij dat hij inmiddels met zijn co-pilote is getrouwd en vol trots laat hij de foto zien van hun kleine meid, die net geboren is. Terwijl we de karren opbouwen voor de service verhaalt hij over de reizen die zij samen hebben gemaakt. De co-pilote in de armen van de steward op de pondjesbrug van Curaçao, samen bij ‘the Big Buddha’ in Hongkong, samen fietsend door de nauwe straten van Bangkok en nog zo veel meer….Samen.

De wereld die aan hun voeten ligt. Wát een baan. Wát een Valentijn. Wát een liefde. Want op een vlucht, hangt er altijd een beetje liefde in de lucht….

Ik verwelkom u vandaag met open armen in mijn galley. Met een glimlach, schenk ik u een rood, in cellofaan gewikkeld hartje van chocolade. “Vertel mij eens: Wanneer u denkt aan de liefde en aan vlinders die fladderen in uw buik: welke mooie, ontroerende verhalen hebben u vleugels gegeven in uw leven?”

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Love is in the Air : stewardess op een droomvlucht

Stewardess op een droomvlucht

De wind huilt om het huis. De regen valt met harde striemen tegen het raam en sommige druppels vinden hun weg onder de deur door. Het is donker. Ik sta met weerzin op uit mijn warme bed en trippel over de koude vloer snel naar het klapperende raam om die met kracht dicht te slaan. Ik leg een handdoekje op de vloer tegen de lekkage.

Terug in mijn bed probeer ik de slaap weer te vatten. Maar mijn gedachten gaan op ‘aan’. Ik klapper van de kou onder de dekens, mijn voeten zijn ijskoud en ik voel de dikke vetlaag op mijn onderbuik tegen mijn uitdijende, witte bovenbenen aandrukken. Ironisch genoeg, heb ik in de laatste coronamaanden een dikke isolatielaag opgebouwd. Die houdt mij echter niet warm deze nacht.

Aftellen, Renske. Aftellen en ontspannen……Denk dat je in de OCR (Overhead Crew Rest) ligt en dat de deining van het vliegtuig je meeneemt op een mooie droomreis. Ik voel dat ik gewiegd word. Gewiegd door het moedervliegtuig, als een baby in de baarmoeder. Ik zie het al voor me, ik ruik het vliegtuig, ik hoor het geruis in mijn oren. Ik ben terug….

Mijn rug wordt tegen de achterkant van mijn crew seat gedrukt. De motoren brullen. We denderen over de baan als een zwaan die trappelt op het water om vaart te maken. Wat klein begint wordt al snel krachtig en is niet meer te stoppen. Grotere machten nemen nu over. De wielen verlaten de startbaan en we stijgen op. We klimmen door dit grauwe, depressieve weer heen naar ongekende hoogten. We schudden harder wanneer we even op weerstand stuiten die deze grijze wolken -deze neerslachtigheid- bieden. Weerstand tegen onze wens om door te breken naar de strakblauwe hemel.

Dan in ene is het een andere wereld. Het blijft onverwacht en een wonder. De zon schijnt. De witte wolken bieden het uitzicht van een wolkenweide waar we samen boven zweven. Ik wil me in deze wolken wentelen, met de wolken spelen, mijn gezicht laten kussen door de stralen van de zon. We glijden door het luchtruim. Ons vliegtuig versmelt met het blauw van de hemel. Het blijft de perfecte kleur…..

Ik ben op reis…..Waar zullen we naar toe gaan?

De golfjes van de zee spoelen rustig over mijn tenen. Mijn blauwe slippers uit Brazilië sprankelen me vrolijk tegemoet vanaf een parelwit strand. Mijn lichaam is gebruind en wordt geprikkeld door warme zonnestralen. Heerlijk om dat als Nederlandse te kunnen schrijven in de maand januari!

Mijn lichaam is fit door de vele beweging die het krijgt door het werken aan boord van het vliegtuig en de lange wandelingen over de grote vliegvelden. Mijn lichaam is fit, omdat ik me gelukkig voel. Ik voel me vrij en ik lach! Vanuit het diepste in mijn buik en oprecht.

Geprikkeld door alle mooie, lieve mensen die ik ontmoet. Zoveel mensen die uit alle delen van de wereld mijn pad kruizen, maar die mij stuk voor stuk in mijn hart raken. Er is hier geen verdeeldheid. Alle mensen zijn in deze wereld hetzelfde. Ze willen een comfortabele stoel, hun verhaal vertellen terwijl ze zich gehoord voelen en service krijgen. That’s it and that’s all!

Ik weet precies wat er van mij verwacht wordt. Ik weet precies wat ik moet doen om aan die verwachting te voldoen en daarboven uit te stijgen. Ik voel me zeker. Ik voel me in mijn element.

Ik ontspan. Ik adem rustig uit terwijl de palmbomen wuiven en bontgekleurde inheemse vogels om mij heen vliegen. Ik verwonder mij over het geluk dat ik nu voel. Wat een geluk dat ik hier mag zijn! Wat een geluk dat dit mijn werk is.

Over het witte strand heen schrijden giraffen en olifanten. Ik strek mijn lichaam uit over het zand. Ik voel me vredig en totaal op mijn gemak. De Kuna Indianen zijn op de achtergrond bezig met het bereiden van de vis die vijf minuten geleden uit de zee geprikt is. In de verte spot ik walvissen en dolfijnen. Achter mij is een Afrikaanse markt bezig waarin vrouwen met zilveren pannen hoog opgestapeld op hun hoofd en met wiegende heupen, in gekleurde kleding hun waar verkopen. In de verte rijzen de torens van New York City aan de horizon op. Daar mag ik zo ook nog naar toe. Mezelf laten verdwalen in Central Park. Me laten meenemen door de yellow cabs. Mij laten mee slingeren door de betonnen jungle van de stad die nooit slaapt.

Wanneer ik met mijn ogen knijp en ik heel hard mijn best doe, zie ik daar de Golden Gate Bridge. Ja! Ik kan niet wachten om daar morgen weer overheen te mogen fietsen. Mijn haren wapperend in de wind. Schaterend met jullie, mijn lieve collega’s! Wat een pret, wat een onbevangenheid, wat een verbinding voel ik toch met jullie!

Maar eerst nemen we een Tiger beer met Thais voor het ontbijt. Ach wat, Thais voor het ontbijt, de lunch èn het diner! En wanneer het avond wordt en de lichten zijn gedimd, dan gaan we zingen. We gaan dansen. We gaan beleven. In mijn buik begint het nu te tintelen. Jongens, ik kan niet wachten!!

Na een zinderende nacht gaan we de volgende dag op toer. Ik wil rode wensballonnen oplaten. Wensballonnen voor de liefde, wensballonnen voor hoop, wensballonnen voor verbinding! Dat gevoel dat ik altijd bij ‘ons’ heb, wensen voor álle mensen. Bij de eerste ontmoeting zijn wij tenslotte onbekenden van elkaar. Vreemdelingen die een reis aangaan, maar die met elkaar verbonden zullen zijn voordat de vliegtuigbanden de startbaan hebben verlaten. Deze realiteit wens ik voor de hele wereld. Wat zou dát zijn! Wat een ongekende winst…..

Maar ik ben nog niet klaar! Mijn hand reikt uit naar een fiets. Ik mag fietsen! Door de smalle straatjes van Bangkok mijn balans proberen te houden, door de sloppenwijken van Johannesburg achterom spiedend of alles wel veilig is, door de kunstwijken van Lima mezelf verwonderend over de bloemen en alle kleuren, door de oude stad en over de muur langs de zee van Cartagena. We geven elkaar high five’s, een knipoog, een dikke knuffel! Wat een baan! Wat een saamhorigheid. Wat een intens geluk.

Ik beweeg, ik beleef, ik avonturier! Fiets, Renske, Fiets! Ik lach! Ik zinder! Ik voel! Ik juich! Ik lééf!

Met een schok word ik wakker. Mijn lichaam voelt niet meer koud. Ik heb de dekens van me afgetrapt. De storm is buiten gaan liggen. De volle maan schijnt door mijn raam op mijn bleke, witte buik. Het is januari. Mijn God, wat mis ik het vliegen zoals het was…..

 

 

 

 

 

 

Love is in the Air : Renske Dragt

Brace for Impact

De vliegtuigdeuren zitten dicht, de lichten zijn gedimd. Er is door de rook een waas in de flight simulator cabine ontstaan, maar de crew heeft gehandeld zoals die hoort te handelen. Adequaat, met verstand van zaken, volgens de procedures die er met de jaren in gedrild zijn. 

De brand in de bagagebak is met succes geblust, passagiers zijn verplaatst en de cockpit is op de hoogte gehouden van de gang van zaken in de cabine. Door heldere, transparante communicatie weten de piloten wat er gaande is in de cabine en daarom is er besloten een voorbereide noodlanding in te zetten. Dat is het scenario van de training van vandaag.

In hun blauwe overalls, de witte sokken over de pijpen van de broek heen getrokken, lopen de collega’s door de cabine. Geruststellend knikkend naar passagiers volgen ze nauwgezet de instructies van de purser op, die met kalme stem door de PAS (passenger address system) spreekt. Na het checken van de passagiers en na tot aan het uiterste moment zichtbaar in de cabine aanwezig te zijn geweest, nemen de stewards en stewardessen plaats op hun eigen crew seat. Geruststellend, verzorgend, intelligent, om tot in de puntjes voorbereid te werk te gaan. ‘At your service’ krijgt hierin een volledig nieuwe lading. Want wat er ook gebeurt, als crew verlaten wij als laatsten dit toestel.

Het commando ‘Cabin Crew take your Seat’ is net geweest. De stewardess neemt tegenover mij plaats. Ik lees de spanning van haar gezicht. Dit is het moment dat je moet laten zien wat je waard bent. Falen is geen optie. En zeker niet onder de ogen van alle meekijkende collega’s.

Ik heb daar dertig minuten geleden ook gezeten en weet wat er nu allemaal door haar hoofd speelt. De kans op evacueren is groot. Wat zijn de commando’s die ik moet roepen? Waar ga ik zo landen? Op water of op land? Wat gebeurt er allemaal bij mijn deur en buiten het vliegtuig? Wie zitten er allemaal in de cabine die ik zo dadelijk uit hun stoel moet trekken? Waar ligt alle apparatuur die met de passagiers en crew van boord mee genomen moet worden? En de drill van alle drills: vergeet niet aan de ‘manual inflation handle’ te trekken!

Er is veel om aan te denken aan boord van een vliegtuig. Bij de tweejaarlijkse flight safety training, maar in werkelijkheid bij elke vlucht die je doet. Als cabinepersoneel proberen we dan ook aan alles te denken. Er voor iedereen te zijn. Voor de passagiers, voor de collega’s aan boord, voor elkaar, maar in de praktijk voor iedereen die je tegen komt wanneer je in uniform te zien bent. We zorgen, we verzorgen, we de-escaleren, we juichen toe, we vieren, we rouwen, we luisteren in stilte, we spreken met empathie. We doen dit met liefde. Liefde voor ons vak.

Het stewardessenvak. Het vak waarin je de ultieme kans krijgt om juíst alles te mogen zijn: de brandweervrouw, de verpleegster, de psycholoog, de serveerster, de politievrouw, de BOA, de gastvrouw. ‘At your service’.

Dit vak ligt nu al een jaar onder vuur. En soms vraag je je af of er nog wel door Nederland gehouden wordt van ‘onze’ vliegtuigen en ons personeel. De liefde voor dit vak bezorgt menigeen van ons slapeloze nachten. Er heerst onzekerheid ten top. We staan met de rug tegen de muur. Machteloos. Gefrustreerd. Boos en verdrietig. Het gevoel dat ‘je je verstand er niet meer omheen kan werken’. Met het woelen in de nacht, de aanpassingen van procedures en roosters poppen er vragen op in mijn hoofd.

De stewardess vraagt hoeveel flexibiliteit er nog aan de dag gelegd moet worden? De verpleegster vraagt zich af hoeveel rek zij moet tonen voor procedures die continue veranderen? De politievrouw vraagt zich of hoeveel kracht en weerbaarheid zij nog moet hebben terwijl de wereld op haar schouders rust. De serveerster vraagt zich af hoeveel tijd er nog overheen moet gaan voordat er toekomstperspectief geboden wordt? De psycholoog vraagt zich af hoeveel onzekerheid en tegenslag het menselijk gevoel van welbehagen nog aankan na alle klappen die al geweest zijn? Vragen en onzekerheden. Gesteld door werkzame Nederlanders in alle lagen van onze samenleving. Want vergis u niet. Wij zitten met z’n allen aan boord van dit toestel. Heel Nederland. In de ergste turbulentie die we mogelijk in onze levensreis meemaken. Geen idee wanneer we weer heldere blauwe luchten gaan bereiken waarin we met z’n allen rustig onze reis kunnen gaan voortzetten.

De stewardess tegenover mij zit met een gespannen rug op haar crew seat. Vanuit de cockpit klinkt het commando ‘Brace for Impact’. Ritmisch en in een koor wordt er vervolgens in de cabine ‘Brace for Impact’ geroepen. Ze schreeuwt door de flight simulator en doet haar werk.

Roepend staat ze op van haar crew seat. Ze kijkt uit het raam op zoek naar vuur en obstakels en gooit de deur open. De glijbaan vult zich met lucht. En dan? Commando’s roepend om tot aan de laatste passagier iedereen uit dit vliegtuig te krijgen, staat zij bij haar deur. Want wanneer we met z’n allen naar beneden gaan, is er meer dan ooit behoefte aan zorgdragers, aan krachtgevers, aan hoopbrengers.

Als schrijver word ik op dagelijkse basis benaderd door mensen die mijn artikelen lezen en daarom zeg ik u dit: Onze luchtvaart is geliefd. U, werkzaam in deze luchtvaart, bént geliefd. Ook al lijkt het nu alsof u door vuur en obstakels bij uw deur wordt omgeven en het evacueren onmogelijk gemaakt wordt.

U bent niet alleen. We zijn samen in Nederland. ‘At your service’.

Stewardess op de zwarte piste - Love is in the Air

Stewardess op de zwarte piste

Met een knal gooit hij de bagagebakken dicht. “Goddamnit!!” Hij schreeuwt door het gangpad terwijl hij met beide vuisten nog een keer tegen de bagagebakken aan ramt. Een indrukwekkende verschijning. Deze heer. Imponerend ook en best angstaanjagend.

De passagiers die al op hun stoelen zitten, zijn in ieder geval behoorlijk onder de indruk van dit vertoon van frustratie en kijken met angstige blikken naar hem op. Zijn vrouw heeft stilletjes plaats genomen bij het raam en probeert nog net niet onder haar stoel te kruipen. 

Op tempo loop ik naar hem toe. “Sir, I see that you’re quite angry. Is there any way that I can help you? Please, tell me what’s wrong….” Door mijn handen naar hem toe open te houden, probeer ik mijn woorden met mijn lichaamstaal extra gewicht te geven.

Met rode wangen en ogen die uit het gezicht puilen draait deze bijna twee meter lange man zich naar mij toe. Hij buigt zich naar mijn hoogte van een kleine een meter achtenvijftig en schreeuwt in mijn gezicht dat hij zijn verbinding gaat missen. En mocht het mij nog niet helemaal duidelijk zijn: dát is dus geheel mijn schuld!

Ik sta vanavond namelijk in het blauwe pak. Het pak waar tegenaan geschreeuwd mag worden. Het pak dat bestand is tegen woede-uitbarstingen. Terwijl buiten de sneeuwvlokjes vallen en de stilte neerdaalt op ons Nederlands grondgebied heeft onze vlucht vertraging. Van een paar minuten vertraging bereiken we al snel een “delay” van meer dan een uur. Iets aan te doen? Nee, niet echt.

De sneeuw valt en geeft onze Nederlandse vlaktes een prachtige, witte deken. In de luchtvaart daarentegen heeft het een geheel andere lading. We staan aan de gate. En onze geplande vertrektijd wordt steeds verder naar achteren geschoven. We staan in de rij voor de-icing. Zonder de-icing, geen veiligheid op onze vliegroute. Dus we zijn in afwachting van de toestemming voor vertrek naar het platform. 

De man tegenover mij heeft aan procedures geen enkele boodschap. Wanneer ik in zijn schoenen zou gaan staan, tikken door de val van het prachtige, witte poeder de minuten weg die onze vlucht tijdig laat vertrekken en naar de bestemming brengt. Het is maar anderhalf uur vliegen. Het is geen wereldreis. Het reisbureau had ons gegarandeerd dat er genoeg overstaptijd zou zijn. Tik-tok, tik-tok.

Wanneer mijn vlucht niet op tijd vertrekt, land ik niet op tijd op de bestemming. Dan haal ik mijn geplande busverbinding niet die mij naar de boot brengt. De boot vertrekt dan op een tiendaagse reis langs de fjorden zonder mij! Zonder mijn vrouw! Zonder ons! Deze reis, die wij al een jaar aan het plannen zijn geweest, waar wij jaren voor gespaard hebben, wordt gedwarsboomd door hemels witte vlokjes. Beter gezegd: de reis wordt gedwarsboomd door een niet vertrekkend vliegtuig! Door ú, mevrouw! Want ú gaat er nú voor zorgen dat wij nú zullen vertrekken!

 Het schuim staat de beste man nog net niet op de mond. Hij ziet witheet van woede. En ik? In mijn blauwe uniform, zichtbaar voor 180 paar ogen van ingestapte passagiers en mobieltjes alom die mij kunnen “livestreamen” naar elk ongewenst willekeurig social media platform, mag ik de oplossing gaan bieden. Ik mag deze man op de top van de berg, zijn toppunt van woede, naar beneden praten. En zoals ik dat doe -wanneer ik boven aan een zwarte piste sta en een gapende afgrond mij uitdaagt-, doe ik dit breed slalommend en door het nemen van grote bochten.  

Wanneer ik in één rechte streep naar beneden zou skiën, neem ik deze man namelijk niet mee op ‘onze’ de-escalerende reis. Dan ben ik al lang beneden, sippend aan mijn glühwein terwijl hij scheldend op zoek is naar zijn afgeschoten ski’s. Nee. De tactiek hierin is: rust bewaren, luisteren, verwoorden en empathie. Langzaam afdalend van de blauwe piste.

Dus probeer ik op een rustige toon de woorden letterlijk te herhalen die meneer zelf zegt. Begrip te tonen voor deze verschrikkelijke situatie waarin zijn droom lijkt te vervliegen. Spijt te betuigen voor de ontstane situatie. Ik communiceer met de purser en de cockpit om op z’n minst te proberen er meer snelheid achter te krijgen en daarmee te laten zien dat ik woord bij daad voeg en me oprecht betrokken voel bij zijn leed.

En het werkt. Langzaam dalen we samen van deze sneeuwberg af. Rustig slalommend in de keuze van mijn woorden, terwijl ik probeer de rust te bewaren. 

In de praktijk verandert het uiteindelijk niets aan het feit dat ons vliegtuig in de rij staat. De kist zal er geen minuut eerder door vertrekken. Wel verandert het de vluchtbeleving. Het gevoel van je ‘gehoord voelen’ is belangrijk voor de passagier die zijn droomreis aan zijn neus voorbij ziet vliegen. Het tonen van begrip voor zijn vrouw die het schaamrood op haar kaken heeft staan en waarschijnlijk het liefste in een totaal ander vliegtuig was gestapt (wellicht richting de Caribische eilanden) zorgt ervoor dat zij onder haar stoel vandaan kan kruipen en misschien is het zelfs wel de redding van hun huwelijk. Het zichtbaar en rustig blijven biedt een gevoel van veiligheid voor alle passagiers die in hetzelfde vliegtuig zitten en de woedende energie in deze reis oppakken nog voordat de banden de startbaan verlaten hebben. Stewardess zijn betekent het hanteren van ‘korte termijn conflicthantering-kunde’, zoals een lezer mij eens liet weten. En soms ervaar ik dat inderdaad ook zo.

Gevoelens van boosheid, teleurstelling en machteloosheid zijn ons dit jaar geen van allen bespaard gebleven. Er waren redenen te over om uit elkaar te willen knappen en flink tegen de ‘bins’ aan te gaan rammen. En toch……Wanneer we samen deze reis aangaan en we weten nog niet helemaal wanneer het vertrek zal zijn, waar gaat uw voorkeur dan naar uit? Een reis waarin we onze gevoelens laten gaan en waarin we iedereen op deze vlucht een ongemakkelijk gevoel zullen geven? Of heeft een reis waarin we oprecht naar elkaar proberen te luisteren en begrip kunnen tonen uw voorkeur? 

Ik ben oprecht benieuwd.

Boeing 777 - Love is in the Air

Mijn allereerste intercontinentale vlucht

Mijn aller-, allereerste intercontinentale vlucht ging naar het prachtige, kleurrijke Accra. Een land op zes uur vliegen bij ons vandaan. Tegelijk ook de eerste keer in mijn leven dat ik mijn voeten op Afrikaanse bodem zette. Vele keren zouden daarop volgen, maar die eerste keer markeerde voor mij een speciaal moment.

De eerste keer op een grote ‘kist’ naar een ander continent vliegen. De eerste keer op een vlucht en in een land zijn waarin ik als blanke de zichtbare minderheid ben en de rollen in een keer omgekeerd zijn. Een bepaalde kwetsbaarheid die ik voelde door mijn zichtbaarheid.

 

Zo’n moment moest gemarkeerd worden, vond ik. En in de dagen die wij op locatie mochten doorbrengen, kwam ik op een markt terecht waar ze de prachtigste houtwerken maakten. Kunst met een bijzondere lading. In gesprek met de houtsnijder vertelde hij mij over de krukjes en ingekerfde tafeltjes die daar stonden. Allemaal met de hand gemaakt, allemaal met een symbolische betekenis erachter.

Ik koos uiteindelijk voor een krukje dat voor ‘unity’ staat. Het unity krukje paste net in de blauwe koffer en nam met mij de vlucht naar huis. Vijftien jaar lang verhuist dit krukje met mij mee. Van kamer naar appartement, van appartement naar huis en van huis naar woonboerderij. Uiteindelijk staat dit krukje jarenlang in wind en weer in mijn tuin. En vandaag is dan de dag. Mijn ‘unity’ krukje, het symbool van mijn eerste vlucht, breekt in mijn handen in twee stukken.

 

Ik bedenk me hoe symbolisch dit breken is. Het is nu een jaar geleden dat ik mijn laatste vlucht maakte bij de KLM. Mijn band met de lucht werd een jaar geleden gebroken. En nu, sta ik op het punt een doorstart te maken. Gebroken, maar aan het lijmen. Met twee stukken hout in mijn handen.

 

Ik zie om mij heen veel mensen breken. Naast de woorden die gesproken worden, ontwaar ik ogen waar vermoeidheid, frustratie en onzekerheid uit straalt.  Schouders die hangen, zuchten die uit de diepste diepten geslaakt worden. Ons krukje van zekerheid, ons krukje van menselijke verbinding, ons krukje van onze ‘eigen regie mogen voeren’ breekt in onze eigen handen. En ‘unity’? Die lijkt gevlogen. We zijn verdeelder dan we in lange tijd geweest zijn. Op het punt van breken….

 

Mijn Afrikaanse krukje is in tweeën gedeeld. Maar ik heb beide stukken in mijn tuin teruggezet. In plaats van een krukje heb ik nu twee stukken hout die beiden ‘unity’ uitstralen. Ik besluit het kunst te noemen. Een nieuwe functie.

 

Als er iets is wat de geschiedenis ons leert, is dat de mens flexibel is. Een stipje op de tijdslijn. We passen onze strategieën aan om te kunnen overleven. Momenteel lijken we te ‘breken’. Geschiedenis zal laten zien dat we ons zullen aanpassen. Een nieuwe functie in zullen vullen. ‘These are interesting times…… ‘

 

Formatievliegen

De ochtendzon werpt sprankelingen in het water. Midden op het meer drijven drie zwanen. Kleine kringen omringen elke beweging die ze maken. Ik bewonder de klasse, de elegantie, de koninklijkheid van dit alles. Met een wending van de leider besluit de groep op te stijgen. Trappelend over het water maken ze snelheid. Sneller. Sneller. Tot het moment van loskomen van de aarde daar is. Samen stijgen ze op. Hoger en hoger de lucht in. Op zoek naar een bestemming. In formatie.

Ook ik ben onderdeel van een formatie. Opgegroeid in een luchtmachtgezin kan ik ‘Top Gun’ met Tom Cruise’s ‘I feel the need, the need for speed‘ letterlijk citeren. De schietstoel van mijn vader onder de trap. Zijn stoere helm er bovenop. Soms mocht ik de helm op en mijn vriendinnetjes laten zien hoe stoer dat eruitzag. Mijn papa was stoer. Mijn vader was een roofvogel in de lucht.

Toen ik ouder werd, werd hij een zwaan. Hij mocht de formatie leiden op de Boeing 747. De koningin van de blauwe vogels. Mijn broer observeerde. Mijn broer tekende op school F-16’s op zijn toetspapier. Een leerkracht met een goed gevoel voor humor tekende, als antwoord, een slagschip eronder die de F-16 uit de lucht schoot.

Mijn broer heeft het virus ook. Dit vliegvirus. ‘The need for speed. The need for freedom and chasing space’. Keer op keer probeerde mijn broer bij de luchtmacht vleugels te krijgen. Maar het mocht niet zo zijn. Ook hij werd uiteindelijk een zwaan. Hij leidt de formatie bij de oranje vogels.

Ook ik kreeg vleugels en werd onderdeel van de formatie. Ik leid niet. Ik zorg. Ik vlieg mee. Samen bepalen wij de sfeer van de formatie. De koers wordt bepaald door papa, de vluchtbeleving wordt bepaald door mij. Samen zijn wij familie. Samen zijn wij deze identiteit. Dit is wat wij delen. De lucht biedt de mooiste kleuren met onze vogels die in formatie vliegen.

Zekerheid. Stabiliteit. Identiteit. Toekomstperspectief.

Het moment, dat ik mijn vleugels inlever. Ik voel me gevangen, als een vogel in een kooi. Alsof mijn vrijheid weg genomen is en ik nooit meer mijn vleugels zal uitslaan. In ene afhankelijk van de goede wil van anderen. Ik zal vanaf nu op de aarde staan en naar boven kijken. Ik mag de vogels aanschouwen, bewonderen en benijden om hun vrijheid. Mijn gezondheid keert weer terug, maar ik ben geen onderdeel meer van de formatie. Dat is de prijs.

Mijn vader als steun. Ook hij heeft zijn vleugels niet meer. Hij is met pensioen en kan samen met mij praten over het verleden. We delen herinneringen. We delen de zucht naar avontuur. Maar wij zijn de ‘contrail’, de witte strepen in de lucht die duiden op een reis uit het verleden.

De formatie wordt nu vertegenwoordigd door mijn broer. Hij leidt de oranje vogels door het luchtruim. Hij vliegt en slaat zijn vleugels uit, ook namens ons gezin. Op zoek naar een bestemming. Onze gezinsidentiteit.

Maar zijn vleugels worden gekort. Het vliegvirus wordt aangetast door de gevolgen van het coronavirus. Vluchten vallen uit, roosters blijven leeg, grenzen gaan dicht. Het eiland waar hij woont, wordt ervaren als een kooi. Eraf vliegen kan nu niet meer. Iets over een Britse mutatie van het virus dat er al was in september, maar waar nu (in formatie met de Brexit) de grenzen voor sluiten.

De zwanen zijn klaar om op te stijgen. Ze maken snelheid. Sneller. Sneller. Maar in plaats van het luchtruim te kiezen, strijken ze een paar meter verderop weer neer in hetzelfde meertje. Ik observeer. En ik denk er het mijne van. Ook de oranje vogels krijgen nu harde klappen….

Love is in the Air Champagne happy new Year

Happy New Year

No more champagne
And the fireworks are through

Here we are, me and you

Feeling lost and feeling blue
(Abba: Happy New Year)

Het jaar 2020 gaat de boeken in als een rampjaar voor de luchtvaartindustrie. Waren er eind 2019 geruchten over een bizar virus in Wuhan te China, in de maanden die daarop volgden, denderde het virus met al haar gevolgen over ons heen.Van volle vliegtuigen die vanuit Amsterdam zich als een spinnenweb over de gehele aardbol verspreiden, komen er snel scheuren in het net. Eerst gaat China ‘op slot’. Uit ervaring weet ik dat dat niet zomaar gebeurt. Voordat die beslissing genomen wordt, moet er onomstotelijk gevaar dreigen, want het commerciële belang is groot.Daarna vallen Europese steden om, gevolgd door restricties vanuit de Verenigde Staten. Het domino-effect is daar. De impact is gigantisch en ongekend.

Voor het vliegend personeel dat in het leven wel wat turbulentie gewend is en flexibiliteit als kernkwaliteit in zich meedraagt, wordt dit als vliegen in de grootste storm. Vliegroosters, de leidraad voor het werk-privé bestaan, vliegen eruit. Sterker nog, er zijn geen roosters meer. ‘Extra Vrij’ worden de woorden die de grootste contradictie in betekenis kunnen weergeven. Die ‘vrijheid’ wordt een directe dreiging voor het voortbestaan van het werk. Het duurt dan ook niet lang of de mensen met jaarcontracten en de uitzendkrachten krijgen het nieuws dat hun contracten niet verlengd worden en dat ze op zoek moeten naar een nieuwe baan. Dromen spatten uiteen.

De onweerswolken blijven hangen boven Schiphol. Dit is nog maar het begin. Vliegbewegingen blijven uit. Als er al gevlogen wordt dan is de bezetting (het aantal passagiers in het vliegtuig) schrikbarend laag. De vliegtuigen worden beladen met vracht. In plaats van een diversiteit aan mensen in al hun vrolijkheid, hun verdriet en met hun motieven om in de lucht te zijn, worden de stoelen bezet door lichtbruine pakketten. Strak vastgebonden aan de stoelen.
Met de verandering van passagier naar pakket verandert ook de indeling van het rooster. Het personeel moet schakelen op het hoogste niveau. Was vroeger de standaard dat je een maand van tevoren wist welke vluchten er op je rooster stonden, dan verandert dat in deze tijd al snel naar een aantal dagen van tevoren. Als je al je geluk hebt. Want er blijft een aanzienlijke kans dat de dag van tevoren Crew Control aan de telefoon hangt met het bericht dat de vlucht alsnog geannuleerd is en daarmee jouw planning vervalt.
Ook de vliegschema’s zelf zijn veranderd. Omlopen (vliegroutes) worden aan elkaar geplakt. En wanneer je aankomt op de bestemming, is de beloning na een lange werkdag niet daar. Het routeleven staat stil. Van toertjes doen, lekker shoppen en samen eten is even totaal geen sprake meer. Sterker nog, er zit een goede kans in dat de hotelkamer sleutel maar één keer gebruikt kan worden. Om de kamer in te gaan en om de kamer te verlaten bij uitchecken. Mocht je toch de kamer verlaten en de deur tussentijds dicht laten vallen, dan is er het risico op een fikse bekeuring. Het vliegleven staat daarmee in al haar facetten volledig stil.

Wat de kisten zelf betreft: het duurt niet lang of de vliegtuigen staan in rijen geparkeerd op de polderbaan en later op vliegbasis Eelde. Het levert prachtige, maar tegelijk hartbrekende foto’s op. Alles hoort in de lucht. Alles staat op de grond. Een gezicht dat ik (en velen met mij) van mijn leven niet zal vergeten.

Sometimes I see

How the brave new world arrives

And I see how it thrives

In the ashes of our lives

Is het dan allemaal slecht?
Het is moeilijk om hier een positieve draai aan te kunnen geven en je kunt je afvragen of het eigenlijk wel wenselijk is dat ik er toch naar op zoek ga. Soms moet je namelijk in zak en as kunnen zitten. Soms mag je klagen en het leven ronduit klote vinden. Wat er nu gebeurt met de luchtvaart ís gewoon klote! Zo, ik heb het geschreven!

Maar er is meer.
Ik zie een groep mensen opstaan die de luchtvaart verlaten. Niet omdat ze dat zelf diep vanbinnen willen. Ze verlaten de luchtvaart om gedwongen ontslagen te voorkomen. Ze verlaten de luchtvaart om anderen een kans te geven te kunnen blijven. Ze verlaten de luchtvaart omdat zij hebben mogen genieten van alles wat het luchtleven brengt en omdat ze dat ook aan anderen gunnen.
Deze groep verlaat het vliegende leven met stille trom. Er is geen afscheid. Sommigen van hen kunnen alleen maar reflecteren op hun laatste reis, omdat die al geweest is zonder dat ze het zelf wisten. Geen bombarie, geen slingers of een toast op het leven op de route. De landing wordt ingezet en wanneer de koffer bij de band is opgepikt, wordt er ter afscheid naar elkaar gezwaaid. Handen schudden of een dikke knuffel zit er nu even niet in. Dit was het dan.
Na tientallen jaren dienstbaarheid in de lucht, service verlenend en klantgericht te werk geweest zijn, wordt het uniform ingeleverd. Na jaren van loyaliteit, na jaren van bruisend enthousiasme bij brullende vliegtuigmotoren en het ‘yes!’ gevoel bij de aanblik van een blauw toestel aan de gate, het gevoel dat je elkaar snapt wanneer het aankomt op het vliegleven, stap je nu met lege handen in de auto en kies je de weg naar huis. Dit was het dan.

Maar er is meer.
Ik zie een groep mensen die flexibiliteit ten top laat zien. In de ‘extra vrije’ dagen als vrijwilliger inzetbaar is in verzorgingshuizen, die coronatesten afneemt, die mensen met straatangst begeleidt bij het halen van de boodschappen. Ik zie een groep mensen opstaan die zich laten omscholen van de lucht naar het onderwijs, van de lucht naar de verpleging. Ik zie een groep mensen die ervoor kiest het leven aan te vliegen in plaats van de bestemming. Hoofd omhoog, schouders naar achteren. Laat het nieuwe avontuur, het nieuwe leven maar beginnen. Die groep mensen toont veerkracht vanuit hun tenen. Voor mij zijn ze helden.

It’s the end of a decade

In another ten years time

Who can say what we’ll find

What lies waiting down the line

In the end of ‘twenty-one’

De achterblijvers hebben de taak de luchtvaart te verdedigen en wederom op te bouwen. Als ik een glazen bol had, zou ik een blik in de toekomst willen werpen. Ik zou mensen gerust willen stellen. En tegen mijn vrienden, vriendinnen, voormalig collega’s, mijn familie willen zeggen dat mensen weer de lucht in zullen gaan. Dat landen weer aangevlogen gaan worden. Dat er menselijk contact gemaakt kan worden met passagiers. Dat er menselijk contact gemaakt kan worden met collega’s. Dat iedereen die zijn baan nu verliest terug zal komen.
Maar die glazen bol heb ik niet. Helaas.

Wel weet ik dit. Diep vanbinnen en vanuit mijn diepste overtuiging, weet ik dit zeker: Als er gevlogen wordt, doe dat met alle passie en liefde die je hebt voor de luchtvaart. Neem de verantwoordelijkheid die in jouw cirkel van invloed ligt. Zo lang afstand bewaard moet worden, richt je met woorden tot de klant, tot de passagier, tot de collega. Maak oogcontact. Blijf kaartjes schrijven, blijf van kussentjes een knuffel maken. Wees creatief, zoals geen ander dat kan. Doe die PAS (Passenger Address System) met net even wat extra gevoel in de stem. Zend een boodschap van verbinding, van liefde en van empathie. En weet dat zodra er gevlogen wordt, er met joú gevlogen wordt. Want jíj maakt dat verschil. Jíj zorgt dat de persoon die je raakt in de lucht met een beter gevoel het leven aangaat dan dat hij of zij ervoor had. Jij bent daarmee goud waard. Voor je omgeving én voor jezelf.

Zorg, dat de collega’s, onze vrienden, onze helden die nu de lucht hebben verlaten en hun avontuur zijn aangegaan op de grond, deze keuze met gegronde reden hebben gemaakt. Maak ons trots!
Het jaar 2021 ligt nu voor ons. Een jaar waarin alles ‘open’ ligt. Er keuzes gemaakt gaan worden. Ook keuzes waar jij geen invloed op zal hebben. Mijn wens voor jou is, als de keuze gemaakt wordt waar jij wel invloed op hebt, dat je dan de keuze maakt voor verbinding. Verbinding van bestemming tot bestemming, maar nog belangrijker, de verbinding van mens tot mens.

May we all have our hopes, our will to try

If we don’t we might as well lay down and die

You and I

Lieve lezer, lieve luchtvaartliefhebber, vanuit de grond van mijn hart: Ik wens u een gelukkig nieuw jaar!

All you need is Love Kerstspecial

All you need is....

‘All you need is……’

Het is koud en donker. Wanneer ik naar buiten stap, blaast mijn adem wolkjes in de lucht. Het is nog vroeg en de gure ochtendkilte trekt langs mijn panty’s omhoog. De deur klikt achter mij dicht en zachtjes rijd ik de oprit af, onderweg naar Schiphol. Een vlucht gevuld met interactie en verbinding ligt vandaag voor mij. Hoog in de wolken zal ik mensen een podium geven hun geheimen te delen, hun liefdesverhalen op te biechten en hun ambities in het leven prijs te geven. Ik zal hun een schouder bieden om angst en verdriet op af te geven, bemoedigende woorden spreken en kaartjes schrijven die onze ontmoeting in de lucht zullen bekrachtigen.

Aangekomen op Plaza glinsteren de lichtjes in de kerstbomen mij vrolijk tegemoet. Er hangt iets magisch in de lucht. Alsof de sterren uit de donkere nacht hun weg hebben gevonden naar de glitter en glinstering in de bomen op de luchthaven. Ieder moment verwacht ik Robert ten Brink met een bulderende ‘Merrrrrry Christmaaaaaas!’, dravend met zijn bordjes langs de verschillende gates. De stewardess die de deur van een 777, een 737, een Airbus opengooit en Robert met een brede glimlach verwelkomt. Ze komen uit alle uithoeken van de wereld. De vliegtuigen die de verbinding maken voor de kerstshow die heel Nederland bedient in de liefde.

De oproep voor de stewardessen dans is al gedaan. Strak in uniform, laagje make-up op het gezicht en een stralende glimlach. Dat zijn de vereisten om mee te mogen dansen. De armen in elkaar vervlochten, de benen hoog in de lucht trappend en Robert als de koning van de liefde die hij is, midden in de cirkel omringd door zijn ‘engelen’. Dit zijn de dames en heren die mee mogen doen aan dit liefdesproces. Die mee mogen doen aan het verbinden van mensen die zover van elkaar verwijderd zijn dat er een vliegtuig aan te pas moet komen om elkaar in de armen te kunnen vallen.
Deze spanning, deze verwachting, deze beladenheid van het bij elkaar brengen van geliefden en familie geven het ultieme gevoel van kerst goed weer. De tijd van verbinding. De tijd van samen komen en samen zijn.

Het jaar 2020 lijkt te breken met de tradities die wij al jarenlang als logisch ervaren.
Voor mij persoonlijk is het mijn broer en zijn gezin in Schotland die ik al meer dan een jaar niet heb gezien. Al meer dan een jaar niet in de armen heb kunnen sluiten en een dikke knuffel heb kunnen geven. Ik weet dat ik hierin niet alleen ben. Er zijn velen met mij in dezelfde situatie. Families die elkaar niet meer zien, relaties die op de klippen lopen door verwijdering en uitzichtloosheid in verbinding die we voorheen als normaal beschouwden.
Dit heeft tot gevolg dat we geen ‘All you need is Love’ kerstspecial meer wensen, maar dat onze harten er om schreeuwen. ‘All you need is Love’…..Ja! Dat hebben we zeker nodig! Liefde en verbinding! Vooral in een tijd waarin onzekerheid, angst en wantrouwen onze dagen vullen. Maar de vraag blijft staan of aan deze schreeuw, aan deze intense behoefte, voldaan kan worden.

Samen met Robert ten Brink de stewardessen dans hossen, zou nu een brandhaard voor corona kunnen zijn. Ook al zou het plaatsvinden in de buitenlucht. Sommigen zouden het wellicht zelfs ongepast vinden. Het is niet het moment voor een dansje. Het is niet het moment voor een lach. De een vindt de luchtvaart een vuile staatssteuntrekker. De ander ziet de luchtvaart als inkomstenbron, als toekomstperspectief, als ‘way of life’. De klappen in de luchtvaart laten banen als wolkjes in de lucht verdampen. We staan in de beleving van de luchtvaart soms lijnrecht tegenover elkaar. Verbinden? Nee. Dansen? Natuurlijk niet.

Maar vergis u niet! Het is naïef om solitair en in een tunnelvisie te denken. De luchtvaart ís verbinding. De luchtvaart ís holistisch. Het raakt alle elementen van een economie die op wereldniveau verbonden is. En door deze verbinding raakt het meerdere segmenten binnen onze maatschappij en de samenlevingen om ons heen. Het raakt ook alle elementen van pure menselijkheid. Ik noem het, het ‘Nederlandse gezelligheidsgevoel’. Er zijn geen woorden voor, maar u herkent het gevoel direct.

De passagier die aan de andere kant van de wereld aan boord stapt, diep inhaleert en gelukzalig uitroept; ‘Koffie! Ik ben nu al thuis!’ Het is niet de Douwe Egberts koffiegeur alleen die dit veroorzaakt. Die geur staat niet op zichzelf. Het is het blauwe vliegtuig, het Nederlandse grondgebied, waarop de geur geroken wordt. Het is die open, verwelkomende glimlach van de stewardess die daar bij dat koffie apparaat staat. Het is het blauwe uniform met de vleugels als symbool van jarenlang pionieren en een gesettelde marketing strategie die op dat uniform gespeld is.

Ik hoef het u niet uit te leggen. U kent het wel! De Unox rookworst in de boerenkool, Petje Pitamientje Pindakaas en een Merci momentje in één notendop samengevat. Dát is vliegen in de Nederlandse samenleving. En dát is uiteindelijk het Robert ten Brink kerstspecial gevoel. Wanneer het luchtruim dicht blijft en de vliegtuigen met vracht vliegen, maar zonder onze geliefden aan boord, waar ligt dan de grondslag van die menselijke verbinding? Daar ligt de uitdaging en de verantwoordelijkheid voor ons allen in de komende maand die voor ons ligt.

Serveer om deze reden die rookworst. Mocht het gaan vriezen? Eet die boterham met pindakaas in de buitenlucht, terwijl u uw schaatsen onderbindt. En met een beetje geluk, knuffel uw geliefde terwijl u samen geniet van de Merci bonbons (of nog beter, schenk die bonbons aan iemand die u kent die eenzaam is en doe daar een lief kaartje bij).
Maar ik voorspel u dat uw behoefte aan verbinding daar niet mee vervuld wordt. Uw kerstspecial gevoel wil mensen laten samenkomen. Uw kerstspecial gevoel wil verwelkomende stewardessen die liefdevol en fris naar u glimlachen, zelfs na het voltooien van een nachtvlucht. Uw kerstspecial gevoel laat het onmogelijke mogelijk worden. Want het ene moment was die nog in Afrika, het volgende moment zit hij bij u op de bank in het winterse Nederland. Hoe is dit nou toch mogelijk?

Als er mij in de afgelopen maanden een ding duidelijk geworden is, dan is het dat Nederland wel een glimlach kan gebruiken. Dat Nederland na al die maanden van afzondering en menselijke afstomping een empathische, sympathieke blik verdient. We hebben een knuffel nodig. We hebben een compliment, een dikke pluim, een diepgaand gesprek nodig. In de dieptes waarin corona ons gestort heeft, is deze gezamenlijke behoefte wat ons allen verbindt.

Ik ken een groep die dit al jaren op dagelijkse basis doet. Hoog in de lucht en nu ook op de grond. Daarom; stewardessen verbindt! Trek dat uniform aan, plak die glimlach op het gezicht en dans, de Jerusalema dans. Doe waar de luchtvaart zo sterk in is. Glimlach! Geef die ondeugende knipoog! Spreek die verbindende woorden! Meer dan ooit schreeuwt Nederland om een gevoel van gezamenlijke verbinding. Laat om deze reden de mensen lachen, laat de mensen van u houden. Verbindt.

‘All you need is…..a flight attendant’.

Landen in de Herfst

De bomen zijn aan het verkleuren en langzaam laten de blaadjes los. Dwarrelend door de lucht, soms nog een stukje opgetild door de wind, maken ze een reis richting de grond om daar uiteindelijk hun eindbestemming te vinden.Deze maand zal voor veel KLM’ers de geschiedenis ingaan als een maand waarin loslaten in de meest extreme vorm plaatsvindt. Het loslaten begon met The Queen of the Sky, de Boeing 747. Deze pracht binnen de blauwe vloot heeft als passagierstoestel op 25 oktober haar laatste reis gevlogen. Haar gestroomlijnde body, haar vier motoren, haar mysterieuze ‘upperdeck’, haar trap die alleen beklommen werd door ‘inner circle’ en genodigden, haar lift en brede gangpaden, zijn ‘no more’. Mijn geschiedenis met de 747 gaat terug naar mijn vroege jeugd. Als kind mocht ik met mijn vader (gezagvoerder op deze koningin) de grote plas over. Onze reis ging naar Montreal en mijn eerste intercontinentale vlucht was een feit. Het was de tijd waarin de Royal Class nog bestond. Een domein waar de aller-allerrijksten van de aarde zich mochten begeven. Daar werd versgeperste sinasappelsap geserveerd. De keurige stewardess bood wel tien videobanden aan waaruit je mocht kiezen om op een klein bioscoopscherm film te kijken. De stoel had allerlei knopjes die ik niet begreep, maar er konden wel vijf Renske’s in. Dat was duidelijk. Ik mocht mij èèn keer in Royal Class begeven. Op de heenreis naar Montreal bleek de Royal Class namelijk nul passagiers te hebben en daarmee ontstond er een plekje voor een vijftienjarige dochter van de gezagvoerder. Ik weet nog goed dat ik zo onder de indruk was van alles dat ik me eigenlijk de hele reis zo stil mogelijk heb gehouden. Ik durfde niets te vragen aan de stewardess. Ook niet hoe de knopjes van de stoel werkten. Door mijn lengte maakte dat verder weinig uit. Ik paste zowel in de lengte als in de breedte van de stoel. Wel overheerste het gevoel dat ik misplaatst was bij al deze pracht en praal. Een ervaring om nooit te vergeten. Des te meer werd het mijn plek toen ik zelf ging vliegen bij de KLM. Een ruime tien jaar later kreeg ik de Boeing 747 in mijn vliegpakket. En daar was ik blij mee. De koningin van alle toestellen was namelijk een zeer prettig toestel om in te werken. De gangpaden waren breed, waardoor passagiers tijdens de vlucht zich nog langs de kar konden wurmen wanneer de nood hoog was en een toiletbezoek niet langer uitgesteld kon worden. Ook bespaarde de gangpaden je als stewardess een boel blauwe plekken wanneer de service gaande was en je voor maaltijden moest bukken. De heilige trap naar het upperdeck ervaarde ik als mijn vluchtroute gedurende de reis. Wanneer ik even uit de mensenmassa wilde, was daar de trap die naar hogere sferen leidde. Naar de plek van de businessclass en van de cockpit. Het was daar letterlijk stiller. Daar wentelde ik me dan in een momentje van relatieve rust. Later bleek dezelfde trap waar ik altijd een workout op deed door er met een kleine sprint op en af te rennen, de veroorzaker te zijn van de meeste ongelukken op dit toestel. Want, zo beweerde de senior purser in de briefing, wanneer je de leuning niet vasthoudt, is er een aannemelijke kans dat je van de vloerbedekking afglijdt en onwaardig op je kont onderaan zal belanden. De Boeing 747 had haar ‘eigen’ bestemmingen. Met een zogenaamde ‘all pax’ werd op Suriname en Curaçao gevlogen. De vluchten zaten vol, wat betekende dat er meer dan vierhonderd passagiers aan boord waren. Het maximale wat mijn vader gehaald heeft op de classic was 512 passagiers. Een aantal dat hij zelfs nu hij al vijftien jaar met pensioen is, met een gevoel van trots zo kan oplepelen. De foto’s van de 747 tussen de gebouwen van HongKong zijn memorabel te noemen. Het toestel vloog letterlijk bij mensen langs de eettafel. De filmpjes op Youtube van de start en landing op SintMaarten zijn viraal gegaan. Het werd een uitdaging om jezelf niet te laten wegblazen door de bulderende motoren van de Queen. Toeristen tolden over het zand de zee in en wapperden als wuivende vlaggen aan de hekken. Het was de beste reclame die de blauwe club kon krijgen. Majestueus, klassiek in de lucht, maar plezier brengend en grotesk voor de mensen op de grond. En toen was het moment afgelopen maand daar. Het moment dat de Queen of the Sky, het boegbeeld van de KLM, de vleugels moest inleveren. In stilte werd de daling ingezet naar Schiphol. De lucht kleurde donker, passende bij het gevoel van soberheid dat het einde van dit tijdperk markeert. Haar laatste reis van Shanghai naar Amsterdam deed geen recht aan al die jaren van trouwe dienst. Het deed geen recht aan al het plezier, alle verbazing, alle waanzinnigheid die aan dit toestel kleeft. Het deed geen recht. Deze maand staat in het teken van afscheid en loslaten. De blaadjes aan de bomen verkleuren en langzaam dwarrelen ze stuk voor stuk naar beneden. De een houdt nog net wat langer vast aan de tak, de ander laat als eerste los. Deze maand nemen veel collega’s afscheid van de KLM en laten de blauwe familie los. Stuk voor stuk maken zij hun laatste reis. Een keus die voor velen voortijdig gemaakt is. Sommigen gaan eerder met pensioen, anderen besluiten een nieuw avontuur aan te gaan en de vleugels uit te slaan. Maar het afscheid komt te snel. De daling naar Schiphol wordt ingetogen ingezet. Net als bij de Boeing 747 hebben veel collega’s jaren van hun leven doorgebracht in het luchtruim. Er zijn tienduizenden vlieguren gemaakt. Duizenden starts en landingen zijn er gemaakt. Duizenden 30 second reviews zijn er gedaan op de crewseat. Duizenden passagiers hebben hun wereld gekruist. Er zijn duizenden gesprekken gevoerd en verbindingen aangegaan op tien kilometer hoogte. Duizenden maaltijden en drankjes uitgedeeld. Er is gelachen, er zijn tranen geplengd. Er is gevlogen in blakende gezondheid, er is gevlogen met baby’s in de buik, er is (door)gevlogen met ziekte. Keer op keer zijn de grenzen van vermoeidheid en de grenzen van het avontuurlijke opgezocht en gevonden. In stilte wordt de daling ingezet. De lucht kleurt donker, passende bij het gevoel dat dit afscheid markeert. Het doet geen recht aan het harde werken van al die jaren. Het doet geen recht aan de buitengewone loyaliteit die al die jaren is getoond. Het doet geen recht aan de liefde voor de lucht die gevoeld wordt en aan het blauwe hart dat breekt. Het doet geen recht. De blaadjes laten los en dwarrelen stuk voor stuk naar de grond. Het is herfst. Een tijd om los te laten.

Even wuiven

De passagiers verlaten via de vliegtuigtrap het vliegtuig. Op het platform staan de bussen op hen te wachten om hen naar de terminal te brengen. Het was vanochtend vroeg en koud toen we vertrokken uit Amsterdam, maar hier in Boekarest schijnt een heerlijk zonnetje en ik voel in ene een golf van geluk. Mijn collega en ik staan achterin het vliegtuig en wensen de laatste passagiers een prettig verblijf toe.De zon lokt en terwijl ik naar het platform en de bus beneden aan de trap kijk, zie ik de passagiers als sardientjes in een blik op elkaar gepropt in de bus staan. In ene krijg ik een ingeving.  ‘Kom op’, zeg ik tegen mijn collega. ‘Eens kijken of we de mensen kunnen laten lachen!’. Ik stap uit het vliegtuig op het plateau van de trap en begin uitgebreid te zwaaien. Geen wuif van koninklijke huize, nee, nee….een wuif waarbij je je af gaat vragen of de zwaaier nog wel serieus te nemen is. Een brede lach op het gezicht, arm gestrekt in de lucht en eerst met een wiebelend handje start ik mijn zwaai. En ja! De eerste passagiers spotten mijn zwaaiende hand en steken een timide handje op. Ik ervaar dit als een gemiste kans, dus ik doe er een flinke schep bovenop. Mijn doel is nog lang niet bereikt. Ik sta nu boven aan de trap met twee armen in de lucht uitgebreid te wuiven, te zwaaien en te roepen. ‘Bye!! Bye!! Have a great day!!’ En ja hoor, ik word gespot en meer passagiers beginnen terug te zwaaien. Mijn collega begint er nu ook de lol van in te zien en in ons zwaaigedrag bereikt onze teamspirit een nieuw hoogtepunt. We hebben zelf de grootste lol, maar het resultaat is dat het gros van de passagiers lachend en zwaaiend snel hun armen binnenboord steken, wanneer de buschauffeur uiteindelijk de deuren sluit en de weg naar de luchthaven vindt. Momenteel zijn de vliegtuigen relatief leeg. En alleen het idee van opgepropt in een bus zitten met een lading mensen die je niet kent, laat staan weten wat ze onder de leden hebben, lijkt nu haast een idee van vroegere tijden. Maar de behoefte om naar elkaar te gaan zwaaien, is groter dan ooit. En zwaaien mag. We breken er geen enkele regel mee. De behoefte aan humor, de behoefte aan teamspirit, de behoefte om te verbinden met andere mensen (zelfs als je de mensen niet kent), de behoefte aan uitgelatenheid en positiviteit lijkt momenteel een bodemloze put die maar niet gevuld kan raken. ‘Wil je gelukkig zijn? Maak dan iemand anders gelukkig!’ De passage van Napoleon Hill schiet door mijn hoofd. En ik realiseer me hoe waar dat is. Richt je op anderen, niet op jezelf. Breng licht naar de wereld, zodat het licht uiteindelijk ook jou zal verwarmen. Dien anderen, zodat je zelf geluk mag ervaren. Surfend op LinkedIn en social media valt me de positieve levenshouding van de stewards en stewardessen op. De veerkracht en flexibiliteit dat cabinepersoneel laat zien door hun inzetbaarheid in de zorg, in het onderwijs, in vrijwilligerswerk en corona teststraten, bewijst mij dat de wijze waarop cabinepersoneel weet te verbinden in de lucht, nu een kracht van hen mag zijn voor de mensen op de grond. Binnen de cirkel van invloed waarop men negatief zou kunnen zijn, waarop men het hoofd zou kunnen laten hangen en de focus legt op de eigen behoefte, spanning en angst, valt mij op hoe positief, daadkrachtig en werkend in teamspirit het cabinepersoneel zich keer op keer laat zien en uit. In tijden van grote veranderingen, zoals de tijden die wij nu doormaken, blijft menselijk contact een constante. En laat menselijk contact en verbinden nu eens een kracht zijn van de mensen die uit de lucht nu (tijdelijk) op de grond staan. Ik zie hen naar u wuiven. Op allerlei manieren. Wuift u terug?

De liefde voor de Lucht

“Travel far enough, you meet yourself” (David Mitchell)Een ieder voor zich heeft van die geluksmomentjes in het leven. Voor mij zijn die echte geluksmomentjes vaak verbonden met de natuur en nog specifieker, met de lucht. Keer op keer wijs ik mijn kinderen en man op doorbrekende zonnestralen tussen de wolken, wolken die in de brand lijken te staan, de felgroene kleuren van het gras en de bomen wanneer er een opkomende onweersbui zich aandoet, de regenboog of een opkomende of ondergaande zon. Een intens gevoel van iets wat vele malen groter is dan wijzelf, maakt zich van mij meester. Het is een moment van beleving, stilstaan en in je opnemen. Uiteraard is de lucht ook verbonden met een andere liefde, de luchtvaart. Hoe vaak ik in de tuin sta, omhoog kijk en daar een glinsterende vogel zie met zijn dikke, witte wegen in het verleden. Daar wordt nu hard gewerkt, denk ik dan. En tegelijkertijd vraag ik me af waar de reis ze heen zal brengen of het team daarboven het samen gezellig heeft weten te maken en of er nog iets smeuïgs aan de hand is met de passagiers. Ik vind het enerverend. En een trots gevoel maakt zich van mij meester als ik langs de landingsbanen van Schiphol rijd richting de personeelsparkeerplaats. Wat een magnifiek uitzicht op al dat mooie blauw aan de gates! Van de kleine Boeing 737, naar de dolfijnachtige 777 tot aan de koningin van het luchtruim: de klassieke 747. Het staat daar in regen en zonneschijn te wachten, de blauwe kleur waar dan ook ter wereld te herkennen door eenieder die ook maar iets weet van vliegverkeer. Toen ik net startte bij de KLM, zo herinner ik me nog goed, was mijn vakantie net afgelopen en haalde ik mijn net gestoomde uniform af. In plaats van een gevoel van spijt dat de vakantie al teneinde was gekomen, waar de meeste mensen zich in zouden herkennen, borrelde er diep in mijn buik een gevoel van intens enthousiasme en energie op. Ik duwde de deur naar buiten open, het uniform over mijn schouder gooiend en kon het niet nalaten een luide ‘whoohooo’ ten gehore te brengen. Dit tot hilariteit van collega’s die op dat moment net hun uniform gingen laten stomen. Ik mocht weer! De vakantie was ten einde, maar de wereld lag volledig aan mijn voeten. Ik was ready for take off! Duizenden vlieguren verder, in cruise flight alle continenten doorkruisend, bereikt deze liefde, deze trots en bron van energie voor mij zijn laatste bestemming. De contradictie van een ‘fast life op de route’ met het plattelandsleven thuis, iets waar mijn energie op gegrond is, moet zich opnieuw gaan settelen. Ik heb de zeven wereldwonderen ‘in de baas zijn tijd’ mogen aanschouwen, heb karaoke gezongen in de meest foute underground barren, heb afgedongen op de lokale markten over de hele wereld, heb overal gefietst, gedanst, gezongen, gezwommen, gegeten en gedronken, geslapen en wakker gelegen, maar vooral genoten van alles wat dit luchtleven met zich meebrengt. Het is iets heel bijzonders, waarvan je pas echt weet hebt, wanneer je het zelf hebt mogen ervaren. De teamspirit, de directe band die ontstaat tussen collega’s en de band die ontstaat met passagiers, het absolute ‘mens-zijn’ wanneer je op een onnatuurlijke tien kilometer hoogte in de lucht hangt, de sfeer van het onverwachte, het avontuur, de getoonde flexibiliteit op geestelijk en lichamelijk niveau, het zijn aspecten die ik allemaal intens ga missen. Het vliegleven heeft mijn lijf teveel over genomen. De watten van de jetlags zitten vastgevlochten in mijn brein. De klieren in mijn hals en keel zijn opgezet. De oren dragen de littekens van buisjes en van het doorvliegen met verkoudheden. De sinussen zijn overprikkeld. Mijn emotie wordt nu wijselijk gepasseerd door de ratio. Genoeg is genoeg. Ik zet in op een ‘prepare for landing’. De liefde voor de lucht wordt een intens gevoel van liefdesverdriet. Wij willen elkaar, maar het mag gewoon niet meer zo zijn. De pijn snijdt diep in mijn hart en de tranen wellen op. Dit zal moeten slijten. En dan blijven de prachtige herinneringen over van ongekend mooie stapelwolken, sterren aan de hemel, groetende knipperende lampjes in donkere luchten, het groene licht, onderwijl uitkijkend over de witte vleugels met de blauwe letters aan de wing tips. Datgene wat ons zo bindt. Het blauwe uniform, verbonden aan het blauwe vliegtuig, versmolten met een blauw hart. Want jongens, wat is het toch een machtig mooie baan. En wanneer ik in de Achterhoek omhoog zal kijken, kijk ik naar jullie en denk: “Daar zijn ze hard aan het werk en ik sta hier. Met beide benen stevig op de grond. Klaar voor een nieuw hoofdstuk, een andere way of life, een nieuw avontuur…” Cabin crew, the doors may be opened”.

Een laatste werkdag als stewardess

‘Keep your eyes on the Stars and your feet on the Ground’ Theodore Roosevelt Een traan biggelt vanuit mijn ooghoek op het hoofdkussen. Mijn keel voelt dichtgeknepen met opgekropte emoties en ik dwing mijzelf diep in te ademen. Herinneringen aan ontmoetingen, bestemmingen en vervlogen tijden schieten door mijn hoofd en houden mij wakker. Ik kan niet voorslapen. De minuten tikken weg. Het is bijna ‘calling time’. Ik slik mijn tranen weg en probeer mijzelf te vermannen. Door het indienen van mijn ontslag heb ik de ratio boven het gevoel gesteld. Maar nu, bij het aanbreken van de laatste reis, breekt mijn hart in duizend stukken en telt een afgewogen beslissing niet meer mee. Ik moet afscheid nemen van het blauwe vliegtuig, van mijn collega’s, de passagiers, van een wereld die aan mijn voeten ligt. Ik neem afscheid van een deel van mijn identiteit. De aarde valt onder mij weg en ik bevind mij in een vrije val. Calling Time. Ik sta op. De tranen blijven over mijn wangen rollen. Slikkend duw ik mijn emoties weg. Het uniform gaat uit de kast. Nog één keer in het blauw. De pumps geven mij de lengte en allure die ik als professional hoor uit te stralen. De make-up maskeert mijn gevoelens. In de spiegel kijkend dwing ik mijzelf te lachen. In de wetenschap dat wanneer je lacht, je lichaam reageert. Dit moet mij over de hotelkamerdrempel heen helpen en mij de passagiers, mijn collega’s en mijn laatste reis tegemoet laten treden. Schouders naar achteren, hoofd omhoog, kin naar voren. Daar gaan we dan. De hotelkamerdeur klikt voor een laatste keer achter mij dicht. Mijn trolley ruist haar laatste reis. Ik ben op weg naar het vliegveld. Aan boord gekomen van de Dreamliner entertain ik de passagiers als nooit tevoren. De laatste gesprekken, de laatste verbindingen die ik aan zal gaan in de lucht, de laatste aanrakingen. Het gangpad is mijn catwalk. Ik word gezien, er wordt om mij gelachen en met mij mee gelachen. Wij zijn allen puur mens en met elkaar in verbinding. Wanneer de service klaar is, huil ik stiekem in het blauwe gordijn van de galley. In de hoop dat niemand het ziet. Maar troostende armen omsluiten mij. Het blauwe uniform om tegen aan te leunen. De collega’s die mij vleugels geven om deze reis te volbrengen. In waardigheid. In empathie. Met respect. De daling naar de grond wordt ingezet. Ik kijk nog één keer uit over de witte wolkendeken met de zon die hoop straalt en mijn tranen droogt. We schieten door grijs, Nederlands weer heen en de cabine schudt in weerstand, zoals ik de weerstand voel. Wanneer we de open lucht bereiken, strekken de weilanden en de rechte slootjes zich als een lappendeken voor mij uit. Dit was, is en wordt mijn thuis. Mijn basis. Vaste grond onder mijn voeten. Voor altijd. ‘Cabin crew, doors may be opened’. Mijn allerlaatste commando is daar. Het moment om van mijn crew seat op te staan en het vliegtuig te verlaten. Tijd om op te staan en een nieuw avontuur aan te gaan. Schouders naar achter, hoofd omhoog en kin vooruit. Dag, lieve luchtvaart! Dag, avontuur! Dag, lieve collega’s! Dag, o-zo bijzondere baan! Ik laat jullie nu los….. This is what it feels like. Love is in the Air, but maybe, just maybe it will be our job to create Love on the Ground as well. Sterkte aan al mijn lieve (voormalige) collega’s die de komende maand hun laatste vliegreis zullen maken. CTG- AMS 17-10-2019 – 17-10-2020 Nederland
Schuiven naar boven